liturgie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- eertijds een dienst ten bate aan de gemeenschap waartoe de rijken verplicht waren, later de diensten en rituelen van de religieuze bijeenkomsten van christenen
zelfstandig naamwoord
- de openbare eredienst van de christelijke kerk, te onderscheiden van individueel of groepsgewijs privé-gebed of volksdevotie
- de tekst of orde van een eredienst
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| liturgieën | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘gebeden en ceremoniën van eredienst’ voor het eerst aangetroffen in 1639
Woordfamilie van liturgie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| liturgieën | meervoud | liturgie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van liturgie zijn vastgelegd.