adventskrans
zelfstandig naamwoord ɑtˈfɛntskrɑnsBetekenis
- een hangende of op tafel liggende ronde krans van gevlochten dennen- of sparrengroen als symbool van hoop, met vier kaarsen waarvan tijdens de advent er elke zondag één meer wordt aangestoken
Hoe spreek je adventskrans uit?
/ɑtˈfɛntskrɑns/
Adventskrans bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| t | tak |
| f | fiets |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| s | sok |
| k | kat |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| adventskransen | meervoud |
Herkomst
Samenstelling van advent en krans met het invoegsel -s-
Woordfamilie van adventskrans
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| adventskransen | meervoud | adventskrans |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van adventskrans zijn vastgelegd.