doopvont
zelfstandig naamwoord /ˈdop.vɔnt/Betekenis
- een bekken voor de bediening van de doop en het bewaren van het doopwater in een kerkgebouw
Hoe spreek je doopvont uit?
/ˈdopvɔnt/
Doopvont bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| o | boot |
| p | pak |
| v | vis |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- bekken voor de bediening van de doop en het bewaren van het doopwater in een kerkgebouw
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| doopvonten | meervoud |
| doopvontje | verkleinwoord, enkelvoud |
| doopvontjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van doop ww en vont zn , jongere vorm van "vont" (Middelnederlands vonte), aangetroffen vanaf 1704
Woordfamilie van doopvont
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doopvonten | meervoud | doopvont |
| doopvontje | verkleinwoord | doopvont |
| doopvontjes | verkleinwoord meervoud | doopvont |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doopvont zijn vastgelegd.