hoogaltaar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het voornaamste altaar dat uitbundig versierd is en dat op een verhoging staat
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hoogaltaars | meervoud |
| hoogaltaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hoogaltaartjes | verkleinwoord, meervoud |
| hoogaltaren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van hoog en altaar
Woordfamilie van hoogaltaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hoogaltaars | meervoud | hoogaltaar |
| hoogaltaartje | verkleinwoord | hoogaltaar |
| hoogaltaartjes | verkleinwoord meervoud | hoogaltaar |
| hoogaltaren | meervoud | hoogaltaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hoogaltaar zijn vastgelegd.