kazuifel
zelfstandig naamwoord kaˈzœyfəlBetekenis
- mouwloos opperkleed dat door een priester gedragen wordt bij het lezen van de mis
- hesje dat over de kleren wordt gedragen, bijvoorbeeld om beter zichtbaar te zijn in het verkeer
Hoe spreek je kazuifel uit?
/kaˈzœyfəl/
Kazuifel bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| a | maan |
| z | zon |
| œy | huis |
| f | fiets |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kazuifels | meervoud |
| kazuifeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kazuifeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
via Middelnederlands casufel van middeleeuws Latijn casubula, in de betekenis van ‘deel van misgewaad’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350
Woordfamilie van kazuifel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kazuifels | meervoud | kazuifel |
| kazuifeltje | verkleinwoord | kazuifel |
| kazuifeltjes | verkleinwoord meervoud | kazuifel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kazuifel zijn vastgelegd.