ambo
zelfstandig naamwoord ˈɑmboBetekenis
- verhoogd podium in een kerk
- lezenaar waar een priester de schriftlezingen, de gebeden en de preek houdt
Hoe spreek je ambo uit?
/ˈɑmbo/
Ambo bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| m | maan |
| b | bak |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ambo's | meervoud |
Herkomst
uit het Grieks
Woordfamilie van ambo
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ambo's | meervoud | ambo |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ambo zijn vastgelegd.