liften
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- het, met een langs de weg aangehouden auto, als gratis passagier meerijden
Vervoeging van liften
liftenhele werkwoord — liftteverleden tijd enkelvoud — lifttenverleden tijd meervoud — geliftvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | lift | liftte |
| jij | lift | liftte |
| hij, zij, het | lift | liftte |
| wij | liften | liftten |
| jullie | liften | liftten |
| zij | liften | liftten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gelift | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gelift | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gelift | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gelift | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gelift worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gelift zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gelift worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gelift zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gelift | verleden tijd, deelwoord |
| gelift te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelift zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gelift | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gelift | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gelift | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gelift | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gelift | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gelift | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gelift | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gelift | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelift | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gelift | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelift | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gelift | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gelift | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelift | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelift | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| lift | gebiedende wijs |
| lifte | aanvoegende wijs |
| liftend | onvoltooid, deelwoord |
| liftte | verleden tijd |
| te hebben gelift | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te liften | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen liften | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gelift hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelift hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gelift hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal liften | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal liften | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal liften | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gelift hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelift hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelift hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou liften | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou liften | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou liften | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gelift hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelift hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelift hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden liften | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden liften | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden liften | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gelift hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt liften | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gelift hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelift hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelift hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen liften | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen liften | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen liften | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen liften | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gelift hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult liften | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord lift
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘lichaamscorrectie ondergaan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1997
Woordfamilie van liften
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lifte | aanvoegende wijs | liften |
| liftend | onvoltooid deelwoord | liften |
| liftende | woordvorm | liften |
| liftte | verleden tijd | liften |
| liftten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | liften |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van liften zijn vastgelegd.