lift
zelfstandig naamwoord, werkwoord lɪftBetekenis
- een verticaal transportsysteem voor goederen en mensen
- de draagkracht van een vliegtuig
- iemand gratis laten meerijden naar een plaats waar men toch al naar toe rijdt
- opheffen
- stelen
Hoe spreek je lift uit?
/lɪft/
Lift bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɪ | pit |
| f | fiets |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — masculine
- iemand gratis laten meerijden naar een plaats waar men zelf toch al naartoe moet
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van liften
- gebiedende wijs van liften
Vervoeging van lift
lifthele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘hijstoestel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1891
Woordfamilie van lift
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| liftje | woordvorm | lift |
| liftjes | meervoud | lift |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lift zijn vastgelegd.