liftdeur
zelfstandig naamwoord ˈlifdørBetekenis
- de automatische, stalen schuifdeur die toegang geeft tot een lift
Hoe spreek je liftdeur uit?
/ˈlifdør/
Liftdeur bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| i | riet |
| f | fiets |
| d | dak |
| ø | deur |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| liftdeuren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van lift en deur
Woordfamilie van liftdeur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| liftdeuren | meervoud | liftdeur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van liftdeur zijn vastgelegd.