lifter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die gratis als passagier meerijdt met een langs de weg aangehouden auto
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lifters | meervoud |
| liftertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| liftertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van de werkwoordstam van liften met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van lifter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lifters | meervoud | lifter |
| liftertje | verkleinwoord | lifter |
| liftertjes | verkleinwoord meervoud | lifter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lifter zijn vastgelegd.