gift
zelfstandig naamwoord ɣɪftBetekenis
- geld of een voorwerp dat gegeven wordt en waarvoor men niets terug verlangt
- vergif
- cadeau, geschenk,
Hoe spreek je gift uit?
/xɪft/
Gift bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ɪ | pit |
| f | fiets |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord
- / geld of een voorwerp dat gegeven wordt en waarvoor men niets terug verlangt feminine, masculine
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| giften | meervoud |
| giftje | verkleinwoord, enkelvoud |
| giftjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘geschenk’ voor het eerst aangetroffen in 1240.
Woordfamilie van gift
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| giften | meervoud | gift |
| giftje | verkleinwoord | gift |
| giftjes | verkleinwoord meervoud | gift |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gift zijn vastgelegd.