leeftijdsgrens
zelfstandig naamwoord ˈleftɛitsˌxrɛnsBetekenis
- grens die wordt gesteld aan de leeftijd in een bepaalde situatie
Hoe spreek je leeftijdsgrens uit?
/ˈleftɛitsˌxrɛns/
Leeftijdsgrens bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| e | veel |
| f | fiets |
| t | tak |
| ɛi | trein |
| s | sok |
| x | acht |
| r | rood |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een door de kalenderleeftijd bepaalde scheidslijn
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| leeftijdgrens | |
| leeftijdsgrenzen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van leeftijd en grens met het invoegsel -s-
Woordfamilie van leeftijdsgrens
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| leeftijdsgrenzen | meervoud | leeftijdsgrens |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van leeftijdsgrens zijn vastgelegd.