Naar de inhoud

ladderen

(van kousen) beschadigd raken waardoor een of meer draadjes in een fijn weefsel losraken en een langgerekt patroon van mazen ('ladder') ontstaat

ladderen is meer dan één woord

ladderen

werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈlɑdərə(n)/

Betekenis

  1. (van kousen) beschadigd raken waardoor een of meer draadjes in een fijn weefsel losraken en een langgerekt patroon van mazen ('ladder') ontstaat
  2. (onder studenten) op een ladder naar huis dragen (van iemand die te veel gedronken heeft)

Hoe spreek je ladderen uit?

/ˈlɑdərən/

Ladderen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈlɑdərən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
l land
ɑ bad
d dak
ə de
r rood
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. beschadigd raken waardoor een of meer draadjes in een fijn weefsel losraken en een langgerekt patroon van mazen ("ladder") ontstaat intransitive
  2. op een ladder naar huis dragen (van iemand die te veel gedronken heeft) obsolete, transitive

Vervoeging van ladderen

ladderenhele werkwoord — ladderdeverleden tijd enkelvoud — ladderdenverleden tijd meervoud — geladderdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ladder ladderde
jij laddert ladderde
hij, zij, het laddert ladderde
wij ladderen ladderden
jullie ladderen ladderden
zij ladderen ladderden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geladderd verleden tijd, deelwoord
geladderd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geladderd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geladderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geladderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geladderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geladderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geladderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geladderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geladderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geladderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geladderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geladderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geladderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geladderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geladderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geladderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geladderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ladder gebiedende wijs
ladderde verleden tijd
laddere aanvoegende wijs
ladderend onvoltooid, deelwoord
te hebben geladderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ladderen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ladderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geladderd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geladderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geladderd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ladderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ladderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ladderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geladderd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geladderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geladderd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ladderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ladderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ladderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geladderd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geladderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geladderd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ladderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ladderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ladderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geladderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ladderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geladderd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geladderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geladderd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ladderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ladderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ladderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ladderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geladderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ladderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord ladder

Herkomst

[werkwoord] ladder met het achtervoegsel -en **omdat het resultaat ladder wordt genoemd, wellicht ontleend aan het Engels ladder met gelijke betekenis **omdat er een ladder bij gebruikt wordt

Woordfamilie van ladderen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geladderd voltooid deelwoord ladderen
geladderde woordvorm ladderen
ladderde verleden tijd ladderen
ladderden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ladderen
laddere aanvoegende wijs ladderen
ladderend onvoltooid deelwoord ladderen
ladderende woordvorm ladderen
laddert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ladderen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ladderen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ladderen

Hoe spreek ik ladderen uit?
Zo spreek je ladderen uit: /ˈlɑdərə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van ladderen?
Ladderen is een werkwoord. De betekenis is: (van kousen) beschadigd raken waardoor een of meer draadjes in een fijn weefsel losraken en een langgerekt patroon van mazen ('ladder') ontstaat. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik ladderen?
Zo vervoeg je ladderen zo: de tegenwoordige tijd is ladder, de verleden tijd is ladderde en het voltooid deelwoord is geladderd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op ladderen?

Er staan 4 woorden in dit woordenboek die op ladderen rijmen, waaronder vergaderen, kladderen en badderen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op ladderen, uitspraak ˈlɑdərən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
vergaderen 4
kladderen 3
badderen 3
schoepenraderen 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ladderen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. L 3
  2. A 1
  3. D 2
  4. D 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ladderen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. L 3
  2. A 1
  3. D 2
  4. D 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 zonder bonus
  10. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ladderen in het kort

ladderen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van ladderen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ladderen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ladderen: (van kousen) beschadigd raken waardoor een of meer draadjes in een fijn weefsel losraken en een langgerekt patroon van mazen ('ladder') ontstaat
Deel ladderen — standaardnederlands.nl