vergaderen
werkwoord vərˈɣɑdərə(n)Betekenis
- in vergadering bijeenkomen, een vergadering bijwonen
Hoe spreek je vergaderen uit?
/vərˈxɑdərən/
Vergaderen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| x | acht |
| ɑ | bad |
| d | dak |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van vergaderen
vergaderenhele werkwoord — vergaderdeverleden tijd enkelvoud — vergaderdenverleden tijd meervoud — vergaderdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vergader | vergaderde |
| jij | vergadert | vergaderde |
| hij, zij, het | vergadert | vergaderde |
| wij | vergaderen | vergaderden |
| jullie | vergaderen | vergaderden |
| zij | vergaderen | vergaderden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben vergaderd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent vergaderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is vergaderd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was vergaderd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd vergaderd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt vergaderd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal vergaderd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal vergaderd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou vergaderd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou vergaderd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had vergaderd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had vergaderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had vergaderd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden vergaderd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden vergaderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden vergaderd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt vergaderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb vergaderd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vergaderd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben vergaderd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vergaderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben vergaderd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt vergaderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vergaderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vergaderd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is vergaderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is vergaderd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben vergaderd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vergaderen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vergaderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergader | gebiedende wijs |
| vergaderd | verleden tijd, deelwoord |
| vergaderd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vergaderd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vergaderd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergaderd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergaderd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergaderd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vergaderd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vergaderd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vergaderd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vergaderd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vergaderde | verleden tijd |
| vergadere | aanvoegende wijs |
| vergaderend | onvoltooid, deelwoord |
| waart vergaderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vergaderd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren vergaderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vergaderd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was vergaderd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was vergaderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was vergaderd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd vergaderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd vergaderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd vergaderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden vergaderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden vergaderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden vergaderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt vergaderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word vergaderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden vergaderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden vergaderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden vergaderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt vergaderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt vergaderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal vergaderd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vergaderd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal vergaderd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vergaderd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vergaderd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal vergaderd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vergaderd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vergaderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vergaderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vergaderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn vergaderd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn vergaderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn vergaderd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt vergaderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou vergaderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vergaderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vergaderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vergaderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vergaderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou vergaderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vergaderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vergaderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vergaderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vergaderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vergaderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vergaderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden vergaderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vergaderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vergaderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vergaderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vergaderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vergaderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vergaderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vergaderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vergaderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vergaderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vergaderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vergaderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt vergaderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vergaderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vergaderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vergaderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen vergaderd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vergaderd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vergaderd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vergaderd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vergaderd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vergaderd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vergaderd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vergaderd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vergaderd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vergaderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vergaderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vergaderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vergaderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult vergaderd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vergaderd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vergaderd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vergaderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van het verouderde werkwoord gaderen met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van vergaderen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vergader | gebiedende wijs | vergaderen |
| vergaderd | voltooid deelwoord | vergaderen |
| vergaderde | verleden tijd | vergaderen |
| vergaderden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vergaderen |
| vergadere | aanvoegende wijs | vergaderen |
| vergaderend | onvoltooid deelwoord | vergaderen |
| vergaderende | woordvorm | vergaderen |
| vergadert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vergaderen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vergaderen zijn vastgelegd.