kruim
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ˈkrœym/Betekenis
- kruimel
- het zachte binnenste van een brood
- (Zuid-Nederlands) het beste deel van iets
Hoe spreek je kruim uit?
/ˈkrœym/
Kruim bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| r | rood |
| œy | huis |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- het beste deel van iets figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kruimen | meervoud |
| kruimpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kruimpjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kruimen
- gebiedende wijs van kruimen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kruimen
Vervoeging van kruim
kruimhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘kruimel, binnenste van brood’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285
Woordfamilie van kruim
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kruimpje | verkleinwoord | kruim |
| kruimpjes | verkleinwoord meervoud | kruim |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kruim zijn vastgelegd.