verkruimelen
werkwoord vərˈkrœymələ(n)Betekenis
- tot kruimels maken
- tot kruimels worden
Hoe spreek je verkruimelen uit?
/vərˈkrœymələn/
Verkruimelen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| k | kat |
| œy | huis |
| m | maan |
| l | land |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- helemaal vernietigen figuratively
Vervoeging van verkruimelen
verkruimelenhele werkwoord — verkruimeldeverleden tijd enkelvoud — verkruimeldenverleden tijd meervoud — verkruimeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verkruimel | verkruimelde |
| jij | verkruimelt | verkruimelde |
| hij, zij, het | verkruimelt | verkruimelde |
| wij | verkruimelen | verkruimelden |
| jullie | verkruimelen | verkruimelden |
| zij | verkruimelen | verkruimelden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verkruimeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verkruimeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verkruimeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verkruimeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verkruimeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verkruimeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verkruimeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verkruimeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verkruimeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verkruimeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verkruimeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verkruimeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verkruimeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verkruimeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verkruimeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verkruimeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verkruimeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verkruimeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verkruimeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verkruimeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verkruimeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verkruimeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verkruimeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verkruimeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verkruimeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verkruimeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verkruimeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verkruimeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verkruimelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verkruimelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkruimel | gebiedende wijs |
| verkruimeld | verleden tijd, deelwoord |
| verkruimeld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verkruimeld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verkruimeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkruimeld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkruimeld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkruimeld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verkruimeld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verkruimeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verkruimeld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verkruimeld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verkruimelde | verleden tijd |
| verkruimele | aanvoegende wijs |
| verkruimelend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verkruimeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verkruimeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verkruimeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verkruimeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verkruimeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verkruimeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verkruimeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verkruimeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verkruimeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verkruimeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verkruimeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verkruimeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verkruimeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verkruimeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verkruimeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verkruimeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verkruimeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verkruimeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verkruimeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verkruimeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verkruimeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verkruimeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verkruimeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verkruimeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verkruimeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verkruimeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verkruimeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verkruimelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verkruimelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verkruimelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verkruimeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verkruimeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verkruimeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verkruimeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verkruimeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verkruimeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verkruimeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verkruimeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verkruimeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verkruimeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verkruimeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verkruimeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verkruimeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verkruimelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verkruimelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verkruimelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verkruimeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verkruimeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verkruimeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verkruimeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verkruimeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verkruimeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verkruimeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verkruimeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verkruimeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verkruimelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verkruimelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verkruimelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verkruimeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verkruimeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verkruimeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verkruimelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verkruimeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verkruimeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verkruimeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verkruimeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verkruimeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verkruimeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verkruimeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verkruimeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verkruimeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verkruimelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verkruimelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verkruimelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verkruimelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verkruimeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verkruimeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verkruimeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verkruimelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van kruimel met het voorvoegsel ver- met het achtervoegsel -en of afgeleid van kruimelen met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verkruimelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verkruimel | gebiedende wijs | verkruimelen |
| verkruimeld | voltooid deelwoord | verkruimelen |
| verkruimelde | verleden tijd | verkruimelen |
| verkruimelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verkruimelen |
| verkruimele | aanvoegende wijs | verkruimelen |
| verkruimelend | onvoltooid deelwoord | verkruimelen |
| verkruimelende | woordvorm | verkruimelen |
| verkruimelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verkruimelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verkruimelen zijn vastgelegd.