kruien
werkwoord /ˈkrœy̯ə(n)/Betekenis
- iets vervoeren op een karretje of kruiwagen
- van ijsschollen over en op elkaar schuiven
- een molen met de wieken op de wind zetten
Hoe spreek je kruien uit?
/ˈkrœyən/
Kruien bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| r | rood |
| œy | huis |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van kruien
kruienhele werkwoord — krooiªverleden tijd enkelvoud — krooienªverleden tijd meervoud — (gekrooien)voltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | krui | krooiª |
| jij | kruit | krooiª |
| hij, zij, het | kruit | krooiª |
| wij | kruien | krooienª |
| jullie | kruien | krooienª |
| zij | kruien | krooienª |
Alle 164 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (gekrooien) | verleden tijd, deelwoord |
| (krooi) | verleden tijd |
| - | impersonal, passief, voltooid |
| ben gekruid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bent gekruid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gekruid | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| er was gekruid | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| er werd gekruid | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt gekruid | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal gekruid | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal gekruid | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| er zou gekruid | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| er zou gekruid | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gekrooienª | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekrooienª | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekrooienª | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| gekrooienª | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| gekrooienª | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| gekrooienª | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| gekrooienª | verleden tijd, deelwoord |
| gekrooienª | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| gekrooienª | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| gekrooienª | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| gekrooienª | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| gekrooienª | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| gekrooienª | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| gekrooienª | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| gekrooienª | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| gekrooienª | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| gekrooienª | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| gekrooienª | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| gekrooienª | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| gekrooienª | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| gekrooienª | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| gekrooienª | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| gekrooienª | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| gekrooienª | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| gekrooienª | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| gekrooienª te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekrooienª te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekrooienª te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekrooienª te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekrooienª te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekrooienª worden | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| gekrooienª worden | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| gekrooienª worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekrooienª worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| gekrooienª worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| gekrooienª worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| gekrooienª worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| gekrooienª worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| gekrooienª worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| gekrooienª worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| gekrooienª worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| gekrooienª worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| gekrooienª worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| gekrooienª worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| gekrooienª worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| gekrooienª zijn | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| gekrooienª zijn | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| gekrooienª zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekrooienª zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| gekrooienª zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| gekrooienª zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| gekrooienª zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| gekrooienª zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| gekrooienª zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| gekrooienª zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekrooienª zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekrooienª zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekruid | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekruid | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekruid | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekruid | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekruid | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekruid | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekruid | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekruid | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekruid | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekruid | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekruid | verleden tijd, deelwoord |
| hebben | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| is gekruid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gekruid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| krui | gebiedende wijs |
| kruide | verleden tijd |
| kruie | aanvoegende wijs |
| kruiend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te kruien | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kruien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gekruid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekruid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gekruid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekruid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gekruid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gekruid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gekruid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gekruid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gekruid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gekruid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gekruid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gekruid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gekruid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gekruid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gekruid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gekruid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gekruid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gekruid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gekruid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gekruid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gekruid | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekruid | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gekruid | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekruid | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal kruien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kruien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kruien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zijn gekruid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| zijn gekruid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn gekruid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gekruid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gekruid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gekruid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekruid | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekruid | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekruid | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gekruid | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekruid | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gekruid | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou kruien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kruien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kruien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekruid | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘een kruiwagen voortduwen’ voor het eerst aangetroffen in 1300
Woordfamilie van kruien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekrooien | woordvorm | kruien |
| krui | gebiedende wijs | kruien |
| kruie | aanvoegende wijs | kruien |
| kruiend | onvoltooid deelwoord | kruien |
| kruiende | woordvorm | kruien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kruien zijn vastgelegd.