Naar de inhoud

kramen

in het kraambed liggen

kramen is meer dan één woord

kramen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. in het kraambed liggen
  2. een kraamvrouw verzorgen

Vervoeging van kramen

kramenhele werkwoord — kraamdeverleden tijd enkelvoud — kraamdenverleden tijd meervoud — gekraamdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kraam kraamde
jij kraamt kraamde
hij, zij, het kraamt kraamde
wij kramen kraamden
jullie kramen kraamden
zij kramen kraamden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gekraamd verleden tijd, deelwoord
gekraamd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekraamd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekraamd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekraamd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekraamd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekraamd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekraamd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekraamd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekraamd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekraamd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekraamd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekraamd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekraamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekraamd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekraamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekraamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekraamd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kraam gebiedende wijs
kraamde verleden tijd
krame aanvoegende wijs
kramend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekraamd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kramen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kramen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gekraamd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekraamd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekraamd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kramen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kramen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kramen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gekraamd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekraamd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekraamd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kramen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kramen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kramen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekraamd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekraamd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekraamd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kramen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kramen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kramen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekraamd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kramen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekraamd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekraamd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekraamd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kramen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kramen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kramen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kramen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekraamd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kramen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord kraam

Woordfamilie van kramen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekraamd voltooid deelwoord kramen
kraamde verleden tijd kramen
kraamden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kramen
kraamt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon kramen
krame aanvoegende wijs kramen
kramend onvoltooid deelwoord kramen
kramende woordvorm kramen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kramen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over kramen

Wat betekent kramen?
Kramen is een werkwoord. Het woord betekent: in het kraambed liggen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je kramen?
Je vervoegt kramen als volgt: de tegenwoordige tijd is kraam, de verleden tijd is kraamde en het voltooid deelwoord is gekraamd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kramen is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. R 2
  3. A 1
  4. M 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kramen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. R 2
  3. A 1
  4. M 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

kramen telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

kramen in het kort

kramen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van kramen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort kramen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

kramen: in het kraambed liggen
Deel kramen — standaardnederlands.nl