kraamhotel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- instelling waar een vrouw die niet thuis kan of wil bevallen, met haar verloskundige terechtkan voor de bevalling
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kraamhotelletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kraamhotelletjes | verkleinwoord, meervoud |
| kraamhotels | meervoud |
Herkomst
samenstelling van kraam ww en hotel
Woordfamilie van kraamhotel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kraamhotelletje | verkleinwoord | kraamhotel |
| kraamhotelletjes | verkleinwoord meervoud | kraamhotel |
| kraamhotels | meervoud | kraamhotel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kraamhotel zijn vastgelegd.