kraamgeld
zelfstandig naamwoordBetekenis
- (België) uitkering toegekend bij een bevalling in het kader van de gezinsbijslag
zelfstandig naamwoord — neuter
- uitkering toegekend bij een bevalling in het kader van de gezinsbijslag
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kraamgelden | meervoud |
| kraamgeldje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kraamgeldjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van kraam ww en geld
Woordfamilie van kraamgeld
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kraamgelden | meervoud | kraamgeld |
| kraamgeldje | verkleinwoord | kraamgeld |
| kraamgeldjes | verkleinwoord meervoud | kraamgeld |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kraamgeld zijn vastgelegd.