onkosten
zelfstandig naamwoord ˈɔŋkɔstə(n)Betekenis
- wat iets kost bij schade en verlies, bijkomende kosten, onnodige kosten
- uitgaven, kosten
Hoe spreek je onkosten uit?
/ˈɔŋkɔstən/
Onkosten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| s | sok |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — plural
- geld dat men moet uitgeven voor schade en verlies of bijkomende en onnodige zaken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (onkost) * | enkelvoud |
Herkomst
van Middelnederlands oncosten, alleen meervoud op te vatten als afgeleid van kosten zn met het voorvoegsel on- "kosten die je moet maken zonder dat daar rechtstreeks een extra opbrengst of besparing tegenover staat", in de betekenis van ‘kosten’ voor het eerst aangetroffen in 1374