Naar de inhoud

hosten

via een netwerk toegankelijk maken

hosten

werkwoord ˈhɔstə(n)

Betekenis

  1. via een netwerk toegankelijk maken
  2. als gastheer mogelijk maken

Hoe spreek je hosten uit?

/ˈhɔstən/

Hosten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈhɔstən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
h hoed
ɔ bot
s sok
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van hosten

hostenhele werkwoord — hostteverleden tijd enkelvoud — hosttenverleden tijd meervoud — gehostvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik host hostte
jij host hostte
hij, zij, het host hostte
wij hosten hostten
jullie hosten hostten
zij hosten hostten
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
[A] hosten canonical
ben gehost voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gehost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gehost impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gehost impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gehost impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gehost impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gehost worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gehost zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gehost worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gehost zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gehost verleden tijd, deelwoord
gehost te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gehost te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gehost te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehost te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehost te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehost worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gehost zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gehost zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gehost zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gehost zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gehost voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gehost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gehost voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gehost voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gehost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gehost voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gehost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gehost voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehost actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gehost voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gehost voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gehost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehost voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
host gebiedende wijs
hoste aanvoegende wijs
hostend onvoltooid, deelwoord
hostte verleden tijd
is gehost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gehost voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gehost actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hosten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen hosten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gehost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gehost voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gehost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gehost voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gehost voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gehost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gehost voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gehost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gehost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gehost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gehost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gehost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gehost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gehost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gehost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gehost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gehost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gehost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gehost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gehost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gehost hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehost hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gehost hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gehost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gehost zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehost zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal hosten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal hosten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal hosten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gehost voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gehost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gehost voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gehost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gehost hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehost hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehost hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gehost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gehost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehost zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehost zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehost zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou hosten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou hosten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou hosten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gehost hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehost hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehost hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gehost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gehost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gehost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gehost zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehost zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehost zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden hosten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden hosten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden hosten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gehost hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gehost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gehost zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt hosten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gehost hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehost hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehost hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gehost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gehost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gehost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gehost zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehost zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehost zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen hosten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen hosten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen hosten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen hosten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gehost hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gehost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gehost zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult hosten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van hossen

Vervoeging van hosten

hostenhele werkwoord — hostteverleden tijd enkelvoud — hosttenverleden tijd meervoud — gehostvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik host hostte
jij host hostte
hij, zij, het host hostte
wij hosten hostten
jullie hosten hostten
zij hosten hostten
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
[B] hosten canonical
ben gehost voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gehost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gehost impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gehost impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gehost impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gehost impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gehost worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gehost zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gehost worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gehost zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gehost verleden tijd, deelwoord
gehost te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gehost te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gehost te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehost te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehost te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehost worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gehost zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gehost zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gehost zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gehost zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gehost voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gehost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gehost voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gehost voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gehost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gehost voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gehost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gehost voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehost actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gehost voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gehost voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gehost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehost voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
host gebiedende wijs
hoste aanvoegende wijs
hostend onvoltooid, deelwoord
hostte verleden tijd
is gehost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gehost voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gehost actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hosten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen hosten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gehost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gehost voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gehost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gehost voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gehost voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gehost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gehost voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gehost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gehost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gehost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gehost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gehost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gehost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gehost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gehost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gehost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gehost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gehost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gehost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gehost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gehost hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehost hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gehost hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gehost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gehost zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehost zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal hosten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal hosten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal hosten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gehost voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gehost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gehost voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gehost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gehost hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehost hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehost hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gehost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gehost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehost zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehost zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehost zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou hosten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou hosten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou hosten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gehost hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehost hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehost hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gehost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gehost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gehost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gehost zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehost zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehost zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden hosten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden hosten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden hosten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gehost hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gehost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gehost zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt hosten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gehost hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehost hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehost hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gehost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gehost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gehost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gehost zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehost zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehost zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen hosten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen hosten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen hosten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen hosten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gehost hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gehost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gehost zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult hosten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van hosten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
hostend onvoltooid deelwoord hosten
hostende woordvorm hosten
hostte verleden tijd hosten
hostten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon hosten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hosten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over hosten

Hoe spreek je hosten uit?
De uitspraak van hosten is: /ˈhɔstə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent hosten?
Hosten is een werkwoord. Het woord betekent: via een netwerk toegankelijk maken. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je hosten?
Je vervoegt hosten als volgt: de tegenwoordige tijd is host, de verleden tijd is hostte en het voltooid deelwoord is gehost. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op hosten?

Er staan 26 woorden in dit woordenboek die op hosten rijmen, waaronder kosten, aanloopkosten en aanmaakkosten. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op hosten, uitspraak ˈhɔstən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
kosten 2
aanloopkosten 4
aanmaakkosten 4
posten 2
zorgkosten 4
zegelkosten 4
ziektekosten 4
representatiekosten 7
arbeidskosten 4
werkingskosten 4
exploitatiekosten 6
transactiekosten 5
uitvoeringskosten 5
verwarmingskosten 5
aansluitkosten 4
drempelkosten 4
aankoopkosten 4
aanlegkosten 4
binnenposten 4
grondstofkosten 4
plaatsingskosten 4
postten 2
stallingkosten 4
terminatiekosten 6
uitzendkosten 4
winterkosten 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord hosten is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. O 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

hosten levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. O 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

hosten telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

hosten in het kort

hosten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van hosten zijn 76 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort hosten bij een woordfamilie van 4 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

hosten: via een netwerk toegankelijk maken
Deel hosten — standaardnederlands.nl