kenmerk
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈkɛmɛrᵊkBetekenis
- kenteken, karakteristieke eigenschap
Hoe spreek je kenmerk uit?
/ˈkɛmɛrək/
Kenmerk bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɛ | bed |
| m | maan |
| r | rood |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- karakteristieke eigenschap
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kenmerken | meervoud |
| kenmerkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kenmerkjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kenmerken
- gebiedende wijs van kenmerken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kenmerken
Vervoeging van kenmerk
kenmerkhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘merkteken’ voor het eerst aangetroffen in 1764
Woordfamilie van kenmerk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kenmerkje | verkleinwoord | kenmerk |
| kenmerkjes | verkleinwoord meervoud | kenmerk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kenmerk zijn vastgelegd.