Naar de inhoud

kenmerken

een herkenningspunt ergens van zijn

kenmerken is meer dan één woord

kenmerken

werkwoord, zelfstandig naamwoord /'kɛnmɛrkə(n)/

Betekenis

  1. een herkenningspunt ergens van zijn

Hoe spreek je kenmerken uit?

/ˈkɛnmɛrkən/

Kenmerken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈkɛnmɛrkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
ɛ bed
n nek
m maan
r rood
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van kenmerken

kenmerkenhele werkwoord — kenmerkteverleden tijd enkelvoud — kenmerktenverleden tijd meervoud — gekenmerktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kenmerk kenmerkte
jij kenmerkt kenmerkte
hij, zij, het kenmerkt kenmerkte
wij kenmerken kenmerkten
jullie kenmerken kenmerkten
zij kenmerken kenmerkten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gekenmerkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gekenmerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gekenmerkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekenmerkt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekenmerkt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekenmerkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekenmerkt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekenmerkt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekenmerkt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekenmerkt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekenmerkt verleden tijd, deelwoord
gekenmerkt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekenmerkt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekenmerkt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekenmerkt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekenmerkt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekenmerkt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekenmerkt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekenmerkt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekenmerkt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekenmerkt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekenmerkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekenmerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekenmerkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekenmerkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekenmerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekenmerkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekenmerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekenmerkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekenmerkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekenmerkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekenmerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekenmerkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekenmerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekenmerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekenmerkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gekenmerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gekenmerkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kenmerk gebiedende wijs
kenmerke aanvoegende wijs
kenmerkend onvoltooid, deelwoord
kenmerkte verleden tijd
te hebben gekenmerkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kenmerken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kenmerken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gekenmerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekenmerkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gekenmerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekenmerkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gekenmerkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gekenmerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gekenmerkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gekenmerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gekenmerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gekenmerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gekenmerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gekenmerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gekenmerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gekenmerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gekenmerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gekenmerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gekenmerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gekenmerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gekenmerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gekenmerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gekenmerkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekenmerkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekenmerkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gekenmerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekenmerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gekenmerkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekenmerkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kenmerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kenmerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kenmerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gekenmerkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gekenmerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gekenmerkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gekenmerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gekenmerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekenmerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekenmerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gekenmerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekenmerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gekenmerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekenmerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekenmerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekenmerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kenmerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kenmerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kenmerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekenmerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekenmerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekenmerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekenmerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gekenmerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gekenmerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekenmerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekenmerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekenmerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kenmerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kenmerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kenmerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekenmerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekenmerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekenmerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kenmerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekenmerkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekenmerkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekenmerkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekenmerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gekenmerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gekenmerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekenmerkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekenmerkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekenmerkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kenmerken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kenmerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kenmerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kenmerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekenmerkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekenmerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekenmerkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kenmerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord kenmerk

Woordfamilie van kenmerken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekenmerkt voltooid deelwoord kenmerken
gekenmerkte woordvorm kenmerken
kenmerke aanvoegende wijs kenmerken
kenmerkt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon kenmerken
kenmerkte verleden tijd kenmerken
kenmerkten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kenmerken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kenmerken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over kenmerken

Hoe spreek je kenmerken uit?
De uitspraak van kenmerken is: /'kɛnmɛrkə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent kenmerken?
Kenmerken is een werkwoord. Het woord betekent: een herkenningspunt ergens van zijn.
Hoe vervoeg je kenmerken?
Je vervoegt kenmerken als volgt: de tegenwoordige tijd is kenmerk, de verleden tijd is kenmerkte en het voltooid deelwoord is gekenmerkt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kenmerken is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. E 1
  3. N 1
  4. M 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kenmerken levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. E 1
  3. N 1
  4. M 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

kenmerken in het kort

kenmerken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van kenmerken zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort kenmerken bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

kenmerken: een herkenningspunt ergens van zijn
Deel kenmerken — standaardnederlands.nl