kenteken
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een teken waaraan iets of iemand herkenbaar is
- een identificatienummer van een gemotoriseerd voertuig
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kentekenen | meervoud |
| kentekens | meervoud |
| kentekentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kentekentjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kentekenen
- gebiedende wijs van kentekenen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kentekenen
Vervoeging van kenteken
kentekenhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van ken en teken
Woordfamilie van kenteken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kentekenen | meervoud | kenteken |
| kentekens | meervoud | kenteken |
| kentekentje | verkleinwoord | kenteken |
| kentekentjes | verkleinwoord meervoud | kenteken |
| gekentekend | woordvorm | kentekenen |
| gekentekende | woordvorm | kentekenen |
| kentekende | woordvorm | kentekenen |
| kentekenden | woordvorm | kentekenen |
| kentekene | woordvorm | kentekenen |
| kentekenend | woordvorm | kentekenen |
| kentekenende | woordvorm | kentekenen |
| kentekent | woordvorm | kentekenen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kenteken zijn vastgelegd.