keggen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈkɛɣə(n)Betekenis
- met een wig uit elkaar duwen of vastklemmen
Hoe spreek je keggen uit?
/ˈkɛxən/
Keggen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɛ | bed |
| x | acht |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van keggen
keggenhele werkwoord — kegdeverleden tijd enkelvoud — kegdenverleden tijd meervoud — gekegdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | keg | kegde |
| jij | kegt | kegde |
| hij, zij, het | kegt | kegde |
| wij | keggen | kegden |
| jullie | keggen | kegden |
| zij | keggen | kegden |
Alle 27 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gekegd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekegd | verleden tijd, deelwoord |
| gekegd te zullen | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekegd zullen | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| keg | gebiedende wijs |
| kegde | verleden tijd |
| kegge | aanvoegende wijs |
| keggend | onvoltooid, deelwoord |
| te gekegd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te keggen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen keggen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal keggen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal keggen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal keggen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou keggen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou keggen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou keggen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden keggen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden keggen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden keggen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt keggen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen keggen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen keggen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen keggen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen keggen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult keggen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord keg
- meervoud van het zelfstandig naamwoord kegge
Herkomst
ww: afgeleid van keg zn met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van keggen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekegd | voltooid deelwoord | keggen |
| kegde | verleden tijd | keggen |
| kegden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | keggen |
| keggend | onvoltooid deelwoord | keggen |
| keggende | woordvorm | keggen |
| kegt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | keggen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van keggen zijn vastgelegd.