huren
werkwoord, zelfstandig naamwoord /ɦyrə(n)/Betekenis
- tegen betaling gebruiken
Hoe spreek je huren uit?
/hyrən/
Huren bestaat uit twee lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| y | fuut |
| r | rood |
| ə | de |
| n | nek |
Vervoeging van huren
hurenhele werkwoord — huurdeverleden tijd enkelvoud — huurdenverleden tijd meervoud — gehuurdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | huur | huurde |
| jij | huurt | huurde |
| hij, zij, het | huurt | huurde |
| wij | huren | huurden |
| jullie | huren | huurden |
| zij | huren | huurden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gehuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gehuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gehuurd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gehuurd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gehuurd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gehuurd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gehuurd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gehuurd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gehuurd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gehuurd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gehuurd | verleden tijd, deelwoord |
| gehuurd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gehuurd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gehuurd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gehuurd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gehuurd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gehuurd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gehuurd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gehuurd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gehuurd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gehuurd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gehuurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gehuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gehuurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gehuurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gehuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gehuurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gehuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gehuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gehuurd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gehuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gehuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gehuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gehuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gehuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gehuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hure | aanvoegende wijs |
| hurend | onvoltooid, deelwoord |
| huur | gebiedende wijs |
| huurde | verleden tijd |
| is gehuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gehuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gehuurd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te huren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen huren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gehuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gehuurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gehuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gehuurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gehuurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gehuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gehuurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gehuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gehuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gehuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gehuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gehuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gehuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gehuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gehuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gehuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gehuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gehuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gehuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gehuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gehuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gehuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gehuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gehuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gehuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gehuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gehuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal huren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal huren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal huren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gehuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gehuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gehuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gehuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gehuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gehuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gehuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gehuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gehuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gehuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gehuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gehuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gehuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou huren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou huren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou huren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gehuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gehuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gehuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gehuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gehuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gehuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gehuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gehuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gehuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden huren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden huren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden huren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gehuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gehuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gehuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt huren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gehuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gehuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gehuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gehuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gehuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gehuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gehuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gehuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gehuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen huren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen huren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen huren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen huren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gehuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gehuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gehuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult huren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord huur
Herkomst
In de betekenis van ‘gebruiken tegen betaling’ voor het eerst aangetroffen in 1240.
Woordfamilie van huren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hure | aanvoegende wijs | huren |
| hurend | onvoltooid deelwoord | huren |
| hurende | woordvorm | huren |
| huurde | verleden tijd | huren |
| huurden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | huren |
| huurt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | huren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van huren zijn vastgelegd.