Naar de inhoud

pachten

huur betalen voor het recht om een stuk land te gebruiken dat aan een ander toebehoort

pachten is meer dan één woord

pachten

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. huur betalen voor het recht om een stuk land te gebruiken dat aan een ander toebehoort

Vervoeging van pachten

pachtenhele werkwoord — pachtteverleden tijd enkelvoud — pachttenverleden tijd meervoud — gepachtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik pacht pachtte
jij pacht pachtte
hij, zij, het pacht pachtte
wij pachten pachtten
jullie pachten pachtten
zij pachten pachtten
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is gepacht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gepacht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gepacht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gepacht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gepacht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gepacht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gepacht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gepacht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gepacht verleden tijd, deelwoord
gepacht te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepacht te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepacht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepacht te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepacht te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepacht worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepacht zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepacht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepacht zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepacht zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepacht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gepacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
pacht gebiedende wijs
pachte aanvoegende wijs
pachtend onvoltooid, deelwoord
pachtte verleden tijd
te hebben gepacht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te pachten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen pachten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren gepacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gepacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gepacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden gepacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden gepacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gepacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal gepacht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepacht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gepacht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gepacht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal pachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal pachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal pachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gepacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou gepacht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepacht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gepacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gepacht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou pachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou pachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou pachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepacht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepacht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepacht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden pachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden pachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden pachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt pachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepacht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepacht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepacht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepacht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen pachten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen pachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen pachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen pachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult pachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord pacht

Woordfamilie van pachten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gepacht voltooid deelwoord pachten
gepachte woordvorm pachten
pachte aanvoegende wijs pachten
pachtend onvoltooid deelwoord pachten
pachtende woordvorm pachten
pachtte verleden tijd pachten
pachtten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon pachten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pachten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over pachten

Wat betekent pachten?
Pachten is een werkwoord. Het woord betekent: huur betalen voor het recht om een stuk land te gebruiken dat aan een ander toebehoort.
Hoe vervoeg je pachten?
Je vervoegt pachten als volgt: de tegenwoordige tijd is pacht, de verleden tijd is pachtte en het voltooid deelwoord is gepacht. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord pachten is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. A 1
  3. C 5
  4. H 4
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

pachten levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 124 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. A 1
  3. C 5
  4. H 4
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 18 zonder bonus
  9. 124 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

pachten telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

pachten in het kort

pachten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van pachten zijn 64 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort pachten bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

pachten: huur betalen voor het recht om een stuk land te gebruiken dat aan een ander toebehoort
Deel pachten — standaardnederlands.nl