Naar de inhoud

hurken

op de onderbenen gaan zitten

hurken is meer dan één woord

hurken

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈhʏrkə(n)

Betekenis

  1. op de onderbenen gaan zitten
  2. houding waarbij men met gebogen knieën op de onderbenen rust

Hoe spreek je hurken uit?

/ˈhʏrkən/

Hurken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈhʏrkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
h hoed
ʏ put
r rood
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van hurken

hurkenhele werkwoord — hurkteverleden tijd enkelvoud — hurktenverleden tijd meervoud — gehurktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hurk hurkte
jij hurkt hurkte
hij, zij, het hurkt hurkte
wij hurken hurkten
jullie hurken hurkten
zij hurken hurkten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gehurkt verleden tijd, deelwoord
gehurkt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehurkt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gehurkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gehurkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gehurkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gehurkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gehurkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gehurkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gehurkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gehurkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehurkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gehurkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehurkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gehurkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gehurkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehurkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehurkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hurk gebiedende wijs
hurke aanvoegende wijs
hurkend onvoltooid, deelwoord
hurkte verleden tijd
te hebben gehurkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hurken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen hurken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gehurkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehurkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gehurkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal hurken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal hurken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal hurken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gehurkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehurkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehurkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou hurken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou hurken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou hurken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gehurkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehurkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehurkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden hurken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden hurken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden hurken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gehurkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt hurken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gehurkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehurkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehurkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen hurken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen hurken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen hurken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen hurken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gehurkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult hurken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord hurk

Herkomst

ww: mogelijk via metathese van "hukkeren/huckeren", een frequentatief van Middelnederlands huken of onder invloed van Middelhoogduits huren (verouderd Duits hauern); in de betekenis van ‘met gebogen knieën op de eigen hielen zitten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599

Woordfamilie van hurken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
hurke aanvoegende wijs hurken
hurkend onvoltooid deelwoord hurken
hurkende woordvorm hurken
hurkt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon hurken
hurkte verleden tijd hurken
hurkten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon hurken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hurken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over hurken

Hoe spreek je hurken uit?
De uitspraak van hurken is: /ˈhʏrkə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent hurken?
Hurken is een werkwoord. Het woord betekent: op de onderbenen gaan zitten. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je hurken?
Je vervoegt hurken als volgt: de tegenwoordige tijd is hurk, de verleden tijd is hurkte en het voltooid deelwoord is gehurkt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op hurken?

In dit woordenboek rijmen 3 woorden op -urken op hurken, zoals snurken, turken en nurken. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op hurken, uitspraak ˈhʏrkən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
snurken 2
turken 2
nurken 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord hurken is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. U 4
  3. R 2
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

hurken levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. U 2
  3. R 2
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 zonder bonus
  8. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

hurken telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

hurken in het kort

hurken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van hurken zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort hurken bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

hurken: op de onderbenen gaan zitten
Deel hurken — standaardnederlands.nl