houwdegen
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een soort zwaard met een brede kling waarmee men kan houwen en steken
- een onbehouwen vechtersbaas
zelfstandig naamwoord — masculine
- een soort zwaard met een brede kling, waarmee men kan houwen en steken obsolete
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| houwdegens | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘vechtersbaas’ voor het eerst aangetroffen in 1900
Woordfamilie van houwdegen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| houwdegens | meervoud | houwdegen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van houwdegen zijn vastgelegd.