Naar de inhoud

hoogachten

in hoog aanzien houden

hoogachten

werkwoord

Betekenis

  1. in hoog aanzien houden

Vervoeging van hoogachten

hoogachtenhele werkwoord — achtte hoogverleden tijd enkelvoud — achtten hoogverleden tijd meervoud — hooggeachtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik acht hoog achtte hoog
jij acht hoog achtte hoog
hij, zij, het acht hoog achtte hoog
wij achten hoog achtten hoog
jullie achten hoog achtten hoog
zij achten hoog achtten hoog
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
acht hoog gebiedende wijs
achtte hoog verleden tijd
ben hooggeacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent hooggeacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is hooggeacht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was hooggeacht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd hooggeacht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt hooggeacht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal hooggeacht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal hooggeacht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou hooggeacht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou hooggeacht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had hooggeacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had hooggeacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had hooggeacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden hooggeacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden hooggeacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden hooggeacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt hooggeacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb hooggeacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben hooggeacht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben hooggeacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben hooggeacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben hooggeacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt hooggeacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft hooggeacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft hooggeacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hoog te achten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
hoog te zullen achten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
hoog zal achten bijzin, toekomende tijd
hoog zou achten bijzin, voorwaardelijk
hoog zouden achten bijzin, voorwaardelijk
hoog zoudt achten bijzin, voorwaardelijk
hoog zullen achten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
hoog zullen achten bijzin, toekomende tijd
hoog zult achten bijzin, toekomende tijd
hoogacht bijzin, tegenwoordige tijd
hoogachtend onvoltooid, deelwoord
hoogachtte bijzin, verleden tijd
hoogachtten bijzin, verleden tijd
hooggeacht verleden tijd, deelwoord
hooggeacht te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
hooggeacht te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
hooggeacht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
hooggeacht te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
hooggeacht te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
hooggeacht worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hooggeacht zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hooggeacht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
hooggeacht zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
hooggeacht zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is hooggeacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is hooggeacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben hooggeacht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen hoogachten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart hooggeacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren hooggeacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren hooggeacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren hooggeacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
was hooggeacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was hooggeacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was hooggeacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd hooggeacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd hooggeacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd hooggeacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden hooggeacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden hooggeacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden hooggeacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt hooggeacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word hooggeacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden hooggeacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden hooggeacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden hooggeacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt hooggeacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt hooggeacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal hoogachten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal hoogachten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal hoogachten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal hoogachten bijzin, toekomende tijd
zal hooggeacht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal hooggeacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal hooggeacht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal hooggeacht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal hooggeacht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal hooggeacht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal hooggeacht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn hooggeacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn hooggeacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn hooggeacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt hooggeacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou hoogachten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou hoogachten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou hoogachten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou hoogachten bijzin, voorwaardelijk
zou hooggeacht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou hooggeacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou hooggeacht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou hooggeacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou hooggeacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou hooggeacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou hooggeacht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou hooggeacht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou hooggeacht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) hoogachten hoog zou(dt) achten bijzin, voorwaardelijk
zouden hoogachten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden hoogachten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden hoogachten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden hoogachten bijzin, voorwaardelijk
zouden hooggeacht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden hooggeacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden hooggeacht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden hooggeacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden hooggeacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden hooggeacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden hooggeacht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden hooggeacht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden hooggeacht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt hoogachten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt hoogachten bijzin, voorwaardelijk
zoudt hooggeacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt hooggeacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt hooggeacht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen hoogachten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen hoogachten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen hoogachten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen hoogachten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen hoogachten bijzin, toekomende tijd
zullen hooggeacht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen hooggeacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen hooggeacht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen hooggeacht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen hooggeacht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen hooggeacht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen hooggeacht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen hooggeacht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen hooggeacht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult hoogachten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult hoogachten bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van hoog en achten

Woordfamilie van hoogachten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
acht hoog gebiedende wijs hoogachten
achte hoog woordvorm hoogachten
achten hoog aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon hoogachten
achtte hoog verleden tijd hoogachten
achtten hoog aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon hoogachten
hoogacht subordinate-clause, tegenwoordige tijd hoogachten
hoogachte with-subordinate-clause hoogachten
hoogachtte subordinate-clause, verleden tijd hoogachten
hoogachtten subordinate-clause, verleden tijd hoogachten
hooggeacht voltooid deelwoord hoogachten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hoogachten zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over hoogachten

Wat betekent hoogachten?
Hoogachten is een werkwoord. Het woord betekent: in hoog aanzien houden.
Hoe vervoeg je hoogachten?
Je vervoegt hoogachten als volgt: het voltooid deelwoord is hooggeacht. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord hoogachten is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. G 3
  5. A 1
  6. C 5
  7. H 4
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

hoogachten levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. G 3
  5. A 1
  6. C 5
  7. H 4
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 23 zonder bonus
  12. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

hoogachten in het kort

hoogachten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van hoogachten zijn 86 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort hoogachten bij een woordfamilie van 10 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

hoogachten: in hoog aanzien houden
Deel hoogachten — standaardnederlands.nl