hoogaars
zelfstandig naamwoordBetekenis
- Zeeuwse platbodem jacht, oorspronkelijk een vissersvaartuig
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hoogaarsje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hoogaarsjes | verkleinwoord, meervoud |
| hoogaarzen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘vissersschip’ voor het eerst aangetroffen in 1688
Woordfamilie van hoogaars
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hoogaarsje | verkleinwoord | hoogaars |
| hoogaarsjes | verkleinwoord meervoud | hoogaars |
| hoogaarzen | meervoud | hoogaars |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hoogaars zijn vastgelegd.