Naar de inhoud

hieuwen

met een windas ophijsen

hieuwen

werkwoord

Betekenis

  1. met een windas ophijsen

Vervoeging van hieuwen

hieuwenhele werkwoord — hieuwdeverleden tijd enkelvoud — hieuwdenverleden tijd meervoud — gehieuwdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hieuw hieuwde
jij hieuwt hieuwde
hij, zij, het hieuwt hieuwde
wij hieuwen hieuwden
jullie hieuwen hieuwden
zij hieuwen hieuwden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gehieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gehieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gehieuwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gehieuwd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gehieuwd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gehieuwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gehieuwd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gehieuwd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gehieuwd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gehieuwd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gehieuwd verleden tijd, deelwoord
gehieuwd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gehieuwd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gehieuwd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehieuwd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehieuwd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehieuwd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gehieuwd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gehieuwd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gehieuwd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gehieuwd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gehieuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gehieuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gehieuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gehieuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gehieuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gehieuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gehieuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gehieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehieuwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gehieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gehieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gehieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hieuw gebiedende wijs
hieuwde verleden tijd
hieuwe aanvoegende wijs
hieuwend onvoltooid, deelwoord
is gehieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gehieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gehieuwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hieuwen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen hieuwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gehieuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gehieuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gehieuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gehieuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gehieuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gehieuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gehieuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gehieuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gehieuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gehieuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gehieuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gehieuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gehieuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gehieuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gehieuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gehieuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gehieuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gehieuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gehieuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gehieuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gehieuwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehieuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gehieuwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gehieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gehieuwd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehieuwd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal hieuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal hieuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal hieuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gehieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gehieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gehieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gehieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gehieuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehieuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehieuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gehieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gehieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehieuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehieuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehieuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou hieuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou hieuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou hieuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gehieuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehieuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehieuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gehieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gehieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gehieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gehieuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehieuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehieuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden hieuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden hieuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden hieuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gehieuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gehieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gehieuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt hieuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gehieuwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehieuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehieuwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gehieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gehieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gehieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gehieuwd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehieuwd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehieuwd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen hieuwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen hieuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen hieuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen hieuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gehieuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gehieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gehieuwd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult hieuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van houwen

Vervoeging van hieuwen

hieuwenhele werkwoord — hieuwdeverleden tijd enkelvoud — hieuwdenverleden tijd meervoud — gehieuwdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hieuw hieuwde
jij hieuwt hieuwde
hij, zij, het hieuwt hieuwde
wij hieuwen hieuwden
jullie hieuwen hieuwden
zij hieuwen hieuwden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gehieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gehieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gehieuwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gehieuwd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gehieuwd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gehieuwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gehieuwd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gehieuwd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gehieuwd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gehieuwd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gehieuwd verleden tijd, deelwoord
gehieuwd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gehieuwd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gehieuwd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehieuwd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehieuwd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehieuwd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gehieuwd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gehieuwd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gehieuwd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gehieuwd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gehieuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gehieuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gehieuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gehieuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gehieuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gehieuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gehieuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gehieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehieuwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gehieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gehieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gehieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hieuw gebiedende wijs
hieuwde verleden tijd
hieuwe aanvoegende wijs
hieuwend onvoltooid, deelwoord
is gehieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gehieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gehieuwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hieuwen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen hieuwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gehieuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gehieuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gehieuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gehieuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gehieuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gehieuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gehieuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gehieuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gehieuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gehieuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gehieuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gehieuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gehieuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gehieuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gehieuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gehieuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gehieuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gehieuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gehieuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gehieuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gehieuwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehieuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gehieuwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gehieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gehieuwd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehieuwd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal hieuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal hieuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal hieuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gehieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gehieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gehieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gehieuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gehieuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehieuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehieuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gehieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gehieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehieuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehieuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehieuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou hieuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou hieuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou hieuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gehieuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehieuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehieuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gehieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gehieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gehieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gehieuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehieuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehieuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden hieuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden hieuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden hieuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gehieuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gehieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gehieuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt hieuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gehieuwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehieuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehieuwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gehieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gehieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gehieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gehieuwd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehieuwd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehieuwd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen hieuwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen hieuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen hieuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen hieuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gehieuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gehieuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gehieuwd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult hieuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van hieuwen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gehieuwd voltooid deelwoord hieuwen
gehieuwde woordvorm hieuwen
hieuwde verleden tijd hieuwen
hieuwden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon hieuwen
hieuwe aanvoegende wijs hieuwen
hieuwend onvoltooid deelwoord hieuwen
hieuwende woordvorm hieuwen
hieuwt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon hieuwen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hieuwen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over hieuwen

Wat is de betekenis van hieuwen?
Hieuwen is een werkwoord. De betekenis is: met een windas ophijsen.
Hoe vervoeg ik hieuwen?
Zo vervoeg je hieuwen zo: de tegenwoordige tijd is hieuw, de verleden tijd is hieuwde en het voltooid deelwoord is gehieuwd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord hieuwen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. I 1
  3. E 1
  4. U 4
  5. W 5
  6. E 1
  7. N 1
  8. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

hieuwen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 118 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. I 2
  3. E 1
  4. U 2
  5. W 5
  6. E 1
  7. N 1
  8. 16 zonder bonus
  9. 118 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

hieuwen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

hieuwen in het kort

hieuwen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van hieuwen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort hieuwen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

hieuwen: met een windas ophijsen
Deel hieuwen — standaardnederlands.nl