Naar de inhoud

inhouwen

door houwen in iets aanbrengen

inhouwen

werkwoord

Betekenis

  1. door houwen in iets aanbrengen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van inhouwen

inhouwenhele werkwoord — hieuw inverleden tijd enkelvoud — hieuwen inverleden tijd meervoud — ingehouwenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik houw in hieuw in
jij houwt in hieuw in
hij, zij, het houwt in hieuw in
wij houwen in hieuwen in
jullie houwen in hieuwen in
zij houwen in hieuwen in
Alle 108 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is ingehouwen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingehouwen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingehouwen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingehouwen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingehouwen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingehouwen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingehouwen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingehouwen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingehouwen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingehouwen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingehouwen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingehouwen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingehouwen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingehouwen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingehouwen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingehouwen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingehouwen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingehouwen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingehouwen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingehouwen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingehouwen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingehouwen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingehouwen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hieuw in verleden tijd
houw in gebiedende wijs
in te houwen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen houwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal houwen bijzin, toekomende tijd
in zou houwen bijzin, voorwaardelijk
in zouden houwen bijzin, voorwaardelijk
in zoudt houwen bijzin, voorwaardelijk
in zullen houwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen houwen bijzin, toekomende tijd
in zult houwen bijzin, toekomende tijd
ingehouwen verleden tijd, deelwoord
ingehouwen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingehouwen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingehouwen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingehouwen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingehouwen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingehouwen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingehouwen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingehouwen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingehouwen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingehouwen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inhieuw bijzin, verleden tijd
inhieuwen bijzin, verleden tijd
inhieuwt bijzin, verleden tijd
inhouw bijzin, tegenwoordige tijd
inhouwend onvoltooid, deelwoord
inhouwt bijzin, tegenwoordige tijd
is ingehouwen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben ingehouwen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inhouwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren ingehouwen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingehouwen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingehouwen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden ingehouwen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden ingehouwen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingehouwen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal ingehouwen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingehouwen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingehouwen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingehouwen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingehouwen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inhouwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inhouwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inhouwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inhouwen bijzin, toekomende tijd
zijn ingehouwen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou ingehouwen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingehouwen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingehouwen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingehouwen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingehouwen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inhouwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inhouwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inhouwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inhouwen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inhouwen in zou(dt) houwen bijzin, voorwaardelijk
zouden ingehouwen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingehouwen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingehouwen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingehouwen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingehouwen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inhouwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inhouwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inhouwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inhouwen bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingehouwen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inhouwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inhouwen bijzin, voorwaardelijk
zullen ingehouwen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingehouwen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingehouwen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingehouwen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingehouwen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inhouwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inhouwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inhouwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inhouwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inhouwen bijzin, toekomende tijd
zult ingehouwen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult inhouwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult inhouwen bijzin, toekomende tijd
zult/zal inhouwen in zult/zal houwen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van in bw en houwen ww

Woordfamilie van inhouwen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
hieuw in verleden tijd inhouwen
hieuwen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inhouwen
hieuwt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon inhouwen
houw in gebiedende wijs inhouwen
houwe in woordvorm inhouwen
houwen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inhouwen
houwt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inhouwen
ingehouwen voltooid deelwoord inhouwen
inhieuw subordinate-clause, verleden tijd inhouwen
inhieuwen subordinate-clause, verleden tijd inhouwen
inhieuwt subordinate-clause, verleden tijd inhouwen
inhouw subordinate-clause, tegenwoordige tijd inhouwen
inhouwe with-subordinate-clause inhouwen
inhouwend onvoltooid deelwoord inhouwen
inhouwende woordvorm inhouwen
inhouwt subordinate-clause, tegenwoordige tijd inhouwen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inhouwen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over inhouwen

Wat betekent inhouwen?
Inhouwen is een werkwoord. Het woord betekent: door houwen in iets aanbrengen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je inhouwen?
Je vervoegt inhouwen als volgt: het voltooid deelwoord is ingehouwen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inhouwen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. H 4
  4. O 1
  5. U 4
  6. W 5
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inhouwen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. H 4
  4. O 1
  5. U 2
  6. W 5
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 zonder bonus
  10. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inhouwen in het kort

inhouwen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van inhouwen zijn 80 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort inhouwen bij een woordfamilie van 16 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

inhouwen: door houwen in iets aanbrengen
Deel inhouwen — standaardnederlands.nl