hifi
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord ˈhɑjfɑjBetekenis
- hifi-installatie
- de geluidsklanken natuurgetrouw weergevend
Hoe spreek je hifi uit?
/ˈhɑjfɑj/
Hifi bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɑ | bad |
| j | ja |
| f | fiets |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hifi's | meervoud |
Herkomst
initiaalwoord van het Engelse high fidelity (grote getrouwheid)
Woordfamilie van hifi
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hifi's | meervoud | hifi |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hifi zijn vastgelegd.