hervormen
werkwoord hɛrˈvɔrmə(n)Betekenis
- iets grondig wijzigen
Hoe spreek je hervormen uit?
/hɛrˈvɔrmən/
Hervormen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| v | vis |
| ɔ | bot |
| m | maan |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van hervormen
hervormenhele werkwoord — hervormdeverleden tijd enkelvoud — hervormdenverleden tijd meervoud — hervormdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | hervorm | hervormde |
| jij | hervormt | hervormde |
| hij, zij, het | hervormt | hervormde |
| wij | hervormen | hervormden |
| jullie | hervormen | hervormden |
| zij | hervormen | hervormden |
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is hervormd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was hervormd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd hervormd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt hervormd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal hervormd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal hervormd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou hervormd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou hervormd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had hervormd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had hervormd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had hervormd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden hervormd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden hervormd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden hervormd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt hervormd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb hervormd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben hervormd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben hervormd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben hervormd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben hervormd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt hervormd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft hervormd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft hervormd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hervorm | gebiedende wijs |
| hervormd | verleden tijd, deelwoord |
| hervormd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| hervormd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| hervormd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| hervormd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| hervormd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| hervormd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hervormd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hervormd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| hervormd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| hervormd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| hervormde | verleden tijd |
| hervorme | aanvoegende wijs |
| hervormend | onvoltooid, deelwoord |
| is hervormd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben hervormd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hervormen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen hervormen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren hervormd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was hervormd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd hervormd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden hervormd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden hervormd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt hervormd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal hervormd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal hervormd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal hervormd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal hervormd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal hervormd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal hervormen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal hervormen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal hervormen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn hervormd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou hervormd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou hervormd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou hervormd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou hervormd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou hervormd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou hervormen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou hervormen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou hervormen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden hervormd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden hervormd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden hervormd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden hervormd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden hervormd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden hervormen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden hervormen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden hervormen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt hervormd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt hervormen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen hervormd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen hervormd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen hervormd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen hervormd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen hervormd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen hervormen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen hervormen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen hervormen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen hervormen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult hervormd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult hervormen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van vormen met het voorvoegsel her-
Woordfamilie van hervormen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hervorm | gebiedende wijs | hervormen |
| hervormden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | hervormen |
| hervorme | aanvoegende wijs | hervormen |
| hervormend | onvoltooid deelwoord | hervormen |
| hervormende | woordvorm | hervormen |
| hervormt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | hervormen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hervormen zijn vastgelegd.