havenhoofd
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een golfbreker waarmee rustig water aan de ingang van een haven wordt verkregen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| havenhoofden | meervoud |
| havenhoofdje | verkleinwoord, enkelvoud |
| havenhoofdjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van haven en hoofd
Woordfamilie van havenhoofd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| havenhoofden | meervoud | havenhoofd |
| havenhoofdje | verkleinwoord | havenhoofd |
| havenhoofdjes | verkleinwoord meervoud | havenhoofd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van havenhoofd zijn vastgelegd.