landhoofd
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een van de constructies aan de oever van een rivier, waarop een brug rust
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| landhoofden | meervoud |
| landhoofdje | verkleinwoord, enkelvoud |
| landhoofdjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van land en hoofd
Woordfamilie van landhoofd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| landhoofden | meervoud | landhoofd |
| landhoofdje | verkleinwoord | landhoofd |
| landhoofdjes | verkleinwoord meervoud | landhoofd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van landhoofd zijn vastgelegd.