halshoek
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de hoek van een zeil voor onderin, waar de onderkant aan het zeil aan de mast bevestigd is op een zeilboot
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| halshoeken | meervoud |
| halshoekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| halshoekjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van hals en hoek
Woordfamilie van halshoek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| halshoeken | meervoud | halshoek |
| halshoekje | verkleinwoord | halshoek |
| halshoekjes | verkleinwoord meervoud | halshoek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van halshoek zijn vastgelegd.