genenpoel
zelfstandig naamwoord ˈɣenə(n)ˌpulBetekenis
- de genetische variatie die bestaat binnen een bepaalde populatie
Hoe spreek je genenpoel uit?
/ˈxenənˌpul/
Genenpoel bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| e | veel |
| n | nek |
| ə | de |
| p | pak |
| u | boek |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Klinkt hetzelfde als genenpool.
zelfstandig naamwoord — masculine
- alle erfelijke variatie die bestaat in een groep van individuen van één soort
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| genenpoelen | meervoud |
| genenpoeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| genenpoeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van gen zn en poel zn met het invoegsel -en- , leenvertaling van Engels gene pool
Woordfamilie van genenpoel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| genenpoelen | meervoud | genenpoel |
| genenpoeltje | verkleinwoord | genenpoel |
| genenpoeltjes | verkleinwoord meervoud | genenpoel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van genenpoel zijn vastgelegd.