boel
zelfstandig naamwoord, tussenwerpsel, werkwoord /bul/Betekenis
- een verzameling van alle zaken
- de gang van zaken
- een grote hoeveelheid
- een tussenwerpsel
- achtste maand van het jaar, in oktober-november; oude benaming, later marchesjvan (1 Kon. 6:38)
- geliefde
- minnaar in een overspelige of immorele relatie
Hoe spreek je boel uit?
/bul/
Boel bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| u | boek |
| l | land |
Klinkt hetzelfde als bull.
zelfstandig naamwoord — masculine
- een grote en meestal ook onoverzichtelijke hoeveelheid van iets informal
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| boelen | meervoud |
| boeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| boeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| boelen | meervoud |
| boeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| boeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| boelen | meervoud |
| boeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| boeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Verbuiging en vervoeging (tussenwerpsel)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] boel | canonical |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van boelen
- gebiedende wijs van boelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van boelen
Vervoeging van boel
boelhele werkwoord
Herkomst
zelfstandig naamwoord: In de betekenis van ‘inboedel’ voor het eerst aangetroffen in 1460
zelfstandig naamwoord: Onzeker; wellicht verwant met het Oudnoordse ból en het Nederlandse boedel, waarmee de etymologie uiteindelijk hetzelfde is als van [A]. Een andere mogelijkheid is dat "boel" in deze betekenis verwant zou zijn met broeder.
zelfstandig naamwoord: Uit het Hebreeuws, letterlijk: 'opbrengst'
Woordfamilie van boel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| boeltje | verkleinwoord | boel |
| boeltjes | verkleinwoord meervoud | boel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van boel zijn vastgelegd.