genenpaar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- 2 genen met dezelfde functie waarvan de één van de moeder en de ander van de vader afkomstig is
- 2 genen met (bijna) dezelfde functie die men beiden van de moeder of beiden van de vader heeft geërfd
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| genenparen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van gen zn en paar zn met het invoegsel -en-
Woordfamilie van genenpaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| genenparen | meervoud | genenpaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van genenpaar zijn vastgelegd.