poule
zelfstandig naamwoord puːlBetekenis
- groep van sporters of teams die het tegen elkaar opnemen in de voorronden van een competitie of toernooi
- kip
- hen
- wijfje van enkele andere vogels
- une poule d'Inde (/) - een kalkoense hen
- une poule d'eau - een waterhoentje
- une poule faisane - een wijfjesfazant
- in mère ~: moederkloek, excessief zorgzame, overbeschermende moeder
- griet, mokkel
- inzet waarom bij kansspel of wedstrijd wordt gespeeld, pot
Hoe spreek je poule uit?
/pul/
Poule bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| u | boek |
| l | land |
Klinkt hetzelfde als poel.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| poules | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans poule, in de betekenis van ‘inzet bij spel’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van poule
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| poules | meervoud | poule |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van poule zijn vastgelegd.