gebruik
zelfstandig naamwoord, werkwoord ɣəˈbrœykBetekenis
- een standaard manier van doen
- toepassen van iets
Hoe spreek je gebruik uit?
/xəˈbrœyk/
Gebruik bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| b | bak |
| r | rood |
| œy | huis |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gebruiken | meervoud |
| gebruikje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gebruikjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gebruiken
- gebiedende wijs van gebruiken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gebruiken
Vervoeging van gebruik
gebruikhele werkwoord
Woordfamilie van gebruik
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gebruikje | verkleinwoord | gebruik |
| gebruikjes | verkleinwoord meervoud | gebruik |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gebruik zijn vastgelegd.