gaap
zelfstandig naamwoord, werkwoord ɣapBetekenis
- het opensperren van de kaken wanneer men slaap heeft
- het jong van een ooi en een bok
- gapen
Hoe spreek je gaap uit?
/xap/
Gaap bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| a | maan |
| p | pak |
zelfstandig naamwoord — masculine
- opensperren van de kaken wanneer men slaap heeft; kan worden gezien als teken dat iemand weinig belangstelling heeft
- jong van een ooi en een bok
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gaapje | verkleinwoord |
| gaapjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| gapen | enkelvoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gapen
- gebiedende wijs van gapen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gapen
Vervoeging van gaap
gaaphele werkwoord
Herkomst
zn [1]: naamwoord van handeling van gapen ww zonder de uitgang -en
Woordfamilie van gaap
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gaapje | verkleinwoord | gaap |
| gaapjes | verkleinwoord | gaap |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gaap zijn vastgelegd.