esculaap
zelfstandig naamwoord ˌɛskyˈlapBetekenis
- het embleem van de geneeskundigen, een staf met een daaromheen kronkelende slang
Hoe spreek je esculaap uit?
/ˌɛskyˈlap/
Esculaap bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɛ | bed |
| s | sok |
| k | kat |
| y | fuut |
| l | land |
| a | maan |
| p | pak |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- staf met een daaromheen kronkelende slang, embleem van de geneeskundigen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| esculaapje | verkleinwoord, enkelvoud |
| esculaapjes | verkleinwoord, meervoud |
| esculapen | meervoud |
Herkomst
eponiem, een verwijzing naar Asclepius , de Griekse god van de geneeskunde; Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘embleem van geneeskundigen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1615
Woordfamilie van esculaap
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| esculaapje | verkleinwoord | esculaap |
| esculaapjes | verkleinwoord meervoud | esculaap |
| esculapen | meervoud | esculaap |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van esculaap zijn vastgelegd.