stripper
zelfstandig naamwoord ˈstrɪpərBetekenis
- iemand die een prikkelende vertoning uitvoert waarbij de kleren uitgedaan worden
- instrument om iets af te strippen bijv. een verfstripper
- persoon die stript zonder zijn kleren uit te doen (dat zijn de ergsten!!) bijv. een asset-stripper
Hoe spreek je stripper uit?
/ˈstrɪpər/
Stripper bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| p | pak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- persoon die stript zonder zijn kleren uit te doen, bijv. een asset-stripper
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| strippers | meervoud |
| strippertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| strippertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van strippen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van stripper
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| strippers | meervoud | stripper |
| strippertje | verkleinwoord | stripper |
| strippertjes | verkleinwoord meervoud | stripper |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stripper zijn vastgelegd.