flipperen
werkwoordBetekenis
- op een flipperkast spelen
Vervoeging van flipperen
flipperenhele werkwoord — flipperdeverleden tijd enkelvoud — flipperdenverleden tijd meervoud — geflipperdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | flipper | flipperde |
| jij | flippert | flipperde |
| hij, zij, het | flippert | flipperde |
| wij | flipperen | flipperden |
| jullie | flipperen | flipperden |
| zij | flipperen | flipperden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| flipper | gebiedende wijs |
| flipperde | verleden tijd |
| flippere | aanvoegende wijs |
| flipperend | onvoltooid, deelwoord |
| geflipperd | verleden tijd, deelwoord |
| geflipperd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geflipperd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geflipperd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geflipperd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geflipperd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geflipperd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geflipperd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geflipperd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geflipperd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geflipperd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geflipperd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geflipperd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geflipperd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geflipperd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geflipperd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geflipperd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geflipperd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te flipperen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geflipperd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen flipperen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal flipperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal flipperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal flipperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geflipperd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geflipperd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geflipperd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou flipperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou flipperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou flipperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geflipperd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geflipperd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geflipperd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden flipperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden flipperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden flipperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geflipperd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geflipperd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geflipperd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt flipperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geflipperd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen flipperen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen flipperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen flipperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen flipperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geflipperd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geflipperd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geflipperd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult flipperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geflipperd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van flipper met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van flipperen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| flipperde | verleden tijd | flipperen |
| flipperden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | flipperen |
| flippere | aanvoegende wijs | flipperen |
| flipperend | onvoltooid deelwoord | flipperen |
| flipperende | woordvorm | flipperen |
| flippert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | flipperen |
| geflipperd | voltooid deelwoord | flipperen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van flipperen zijn vastgelegd.