Naar de inhoud

flipperen

op een flipperkast spelen

flipperen

werkwoord

Betekenis

  1. op een flipperkast spelen

Vervoeging van flipperen

flipperenhele werkwoord — flipperdeverleden tijd enkelvoud — flipperdenverleden tijd meervoud — geflipperdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik flipper flipperde
jij flippert flipperde
hij, zij, het flippert flipperde
wij flipperen flipperden
jullie flipperen flipperden
zij flipperen flipperden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
flipper gebiedende wijs
flipperde verleden tijd
flippere aanvoegende wijs
flipperend onvoltooid, deelwoord
geflipperd verleden tijd, deelwoord
geflipperd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geflipperd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geflipperd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geflipperd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geflipperd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geflipperd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geflipperd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geflipperd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geflipperd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geflipperd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geflipperd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geflipperd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geflipperd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geflipperd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geflipperd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geflipperd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geflipperd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te flipperen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geflipperd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen flipperen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal flipperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal flipperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal flipperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geflipperd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geflipperd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geflipperd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou flipperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou flipperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou flipperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geflipperd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geflipperd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geflipperd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden flipperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden flipperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden flipperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geflipperd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geflipperd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geflipperd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt flipperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geflipperd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen flipperen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen flipperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen flipperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen flipperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geflipperd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geflipperd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geflipperd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult flipperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geflipperd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van flipper met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van flipperen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
flipperde verleden tijd flipperen
flipperden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon flipperen
flippere aanvoegende wijs flipperen
flipperend onvoltooid deelwoord flipperen
flipperende woordvorm flipperen
flippert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon flipperen
geflipperd voltooid deelwoord flipperen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van flipperen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over flipperen

Wat is de betekenis van flipperen?
Flipperen is een werkwoord. De betekenis is: op een flipperkast spelen.
Hoe vervoeg ik flipperen?
Zo vervoeg je flipperen zo: de tegenwoordige tijd is flipper, de verleden tijd is flipperde en het voltooid deelwoord is geflipperd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord flipperen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. F 4
  2. L 3
  3. I 1
  4. P 3
  5. P 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

flipperen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. F 4
  2. L 3
  3. I 2
  4. P 4
  5. P 4
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 22 zonder bonus
  11. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

flipperen in het kort

flipperen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van flipperen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort flipperen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

flipperen: op een flipperkast spelen
Deel flipperen — standaardnederlands.nl