exploreren
werkwoordBetekenis
- een onbekend gebied verkennen
Vervoeging van exploreren
explorerenhele werkwoord — exploreerdeverleden tijd enkelvoud — exploreerdenverleden tijd meervoud — geëxploreerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | exploreer | exploreerde |
| jij | exploreert | exploreerde |
| hij, zij, het | exploreert | exploreerde |
| wij | exploreren | exploreerden |
| jullie | exploreren | exploreerden |
| zij | exploreren | exploreerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geëxploreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geëxploreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geëxploreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geëxploreerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geëxploreerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geëxploreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geëxploreerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geëxploreerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geëxploreerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geëxploreerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| exploreer | gebiedende wijs |
| exploreerde | verleden tijd |
| explorere | aanvoegende wijs |
| explorerend | onvoltooid, deelwoord |
| geëxploreerd | verleden tijd, deelwoord |
| geëxploreerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geëxploreerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geëxploreerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geëxploreerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geëxploreerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geëxploreerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geëxploreerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geëxploreerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geëxploreerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geëxploreerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geëxploreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geëxploreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geëxploreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geëxploreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geëxploreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geëxploreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geëxploreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geëxploreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geëxploreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geëxploreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geëxploreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geëxploreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geëxploreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geëxploreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geëxploreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geëxploreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geëxploreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te exploreren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geëxploreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen exploreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geëxploreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geëxploreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geëxploreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geëxploreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geëxploreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geëxploreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geëxploreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geëxploreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geëxploreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geëxploreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geëxploreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geëxploreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geëxploreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geëxploreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geëxploreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geëxploreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geëxploreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geëxploreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geëxploreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geëxploreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal exploreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal exploreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal exploreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geëxploreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geëxploreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geëxploreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geëxploreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geëxploreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geëxploreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geëxploreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geëxploreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geëxploreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geëxploreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geëxploreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou exploreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou exploreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou exploreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geëxploreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geëxploreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geëxploreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geëxploreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geëxploreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geëxploreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geëxploreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geëxploreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geëxploreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden exploreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden exploreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden exploreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geëxploreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geëxploreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geëxploreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geëxploreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geëxploreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geëxploreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geëxploreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geëxploreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geëxploreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt exploreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geëxploreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geëxploreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geëxploreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen exploreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen exploreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen exploreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen exploreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geëxploreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geëxploreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geëxploreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geëxploreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geëxploreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geëxploreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geëxploreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geëxploreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geëxploreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult exploreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geëxploreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geëxploreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geëxploreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘doorzoeken (van gebied)’ voor het eerst aangetroffen in 1623
Woordfamilie van exploreren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| exploreer | gebiedende wijs | exploreren |
| exploreerde | verleden tijd | exploreren |
| exploreerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | exploreren |
| exploreert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | exploreren |
| explorere | aanvoegende wijs | exploreren |
| explorerend | onvoltooid deelwoord | exploreren |
| explorerende | woordvorm | exploreren |
| geëxploreerd | voltooid deelwoord | exploreren |
| geëxploreerde | woordvorm | exploreren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van exploreren zijn vastgelegd.