nagaan
werkwoord ˈnaɣanBetekenis
- zeker maken dat een bewering of gevolgtrekking klopt
Hoe spreek je nagaan uit?
/ˈnaxan/
Nagaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| a | maan |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van nagaan
nagaanhele werkwoord — ging naverleden tijd enkelvoud — gingen naverleden tijd meervoud — nagegaanvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | ga na | ging na |
| jij | gaat na | ging na |
| hij, zij, het | gaat na | ging na |
| wij | gaan na | gingen na |
| jullie | gaan na | gingen na |
| zij | gaan na | gingen na |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben nagegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent nagegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is nagegaan | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was nagegaan | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd nagegaan | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt nagegaan | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal nagegaan worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal nagegaan zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou nagegaan worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou nagegaan zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| ga na | gebiedende wijs |
| ging na | verleden tijd |
| had nagegaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had nagegaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had nagegaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden nagegaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden nagegaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden nagegaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt nagegaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb nagegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben nagegaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben nagegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben nagegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben nagegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt nagegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft nagegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft nagegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is nagegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is nagegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| na te gaan | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| na te zullen gaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| na zal gaan | bijzin, toekomende tijd |
| na zou gaan | bijzin, voorwaardelijk |
| na zouden gaan | bijzin, voorwaardelijk |
| na zoudt gaan | bijzin, voorwaardelijk |
| na zullen gaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| na zullen gaan | bijzin, toekomende tijd |
| na zult gaan | bijzin, toekomende tijd |
| naga | bijzin, tegenwoordige tijd |
| nagaand | onvoltooid, deelwoord |
| nagaat | bijzin, tegenwoordige tijd |
| nagegaan | verleden tijd, deelwoord |
| nagegaan te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| nagegaan te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| nagegaan te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| nagegaan te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| nagegaan te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| nagegaan worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| nagegaan zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| nagegaan zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| nagegaan zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| nagegaan zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| naging | bijzin, verleden tijd |
| nagingen | bijzin, verleden tijd |
| te hebben nagegaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen nagaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart nagegaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren nagegaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren nagegaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren nagegaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was nagegaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was nagegaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was nagegaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd nagegaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd nagegaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd nagegaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden nagegaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden nagegaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden nagegaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt nagegaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word nagegaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden nagegaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden nagegaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden nagegaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt nagegaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt nagegaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal nagaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal nagaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal nagaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal nagaan | bijzin, toekomende tijd |
| zal nagegaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal nagegaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal nagegaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal nagegaan worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal nagegaan worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal nagegaan zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal nagegaan zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn nagegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn nagegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn nagegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt nagegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou nagaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou nagaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou nagaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou nagaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zou nagegaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou nagegaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou nagegaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou nagegaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou nagegaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou nagegaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou nagegaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou nagegaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou nagegaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) nagaan na zou(dt) gaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden nagaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden nagaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden nagaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden nagaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden nagegaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden nagegaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden nagegaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden nagegaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden nagegaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden nagegaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden nagegaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden nagegaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden nagegaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt nagaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt nagaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt nagegaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt nagegaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt nagegaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen nagaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen nagaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen nagaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen nagaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen nagaan | bijzin, toekomende tijd |
| zullen nagegaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen nagegaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen nagegaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen nagegaan worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen nagegaan worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen nagegaan worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen nagegaan zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen nagegaan zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen nagegaan zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult nagaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van na bw en gaan ww
Woordfamilie van nagaan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ga na | gebiedende wijs | nagaan |
| gaan na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | nagaan |
| gaat na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | nagaan |
| ging na | verleden tijd | nagaan |
| gingen na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | nagaan |
| naga | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | nagaan |
| nagaand | onvoltooid deelwoord | nagaan |
| nagaande | woordvorm | nagaan |
| nagaat | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | nagaan |
| nagegaan | voltooid deelwoord | nagaan |
| nagegane | woordvorm | nagaan |
| naging | subordinate-clause, verleden tijd | nagaan |
| nagingen | subordinate-clause, verleden tijd | nagaan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nagaan zijn vastgelegd.